Meer info over uw klachten ?
Zoek via trefwoord.
 
 
 


 


Zenuwen en zenuwstoornissen



 

Zenuwen en zenuwstoornissen

 

A. Structurele zenuwstoornissen

B. Functionele zenuwstoornissen

1. Motorisch functionele zenuwstoornissen

2. Sensorisch functionele zenuwstoornissen

3. Autonome functionele zenuwstoornissen

 

 

 

Het zenuwstelsel - algemeen 

 

Het zenuwstelsel bestaat uit miljarden zenuwcellen (neuronen)  die zich vooral in de hersenen en het ruggenmerg bevinden. Vanuit deze plaatsen vertrekken lange uitlopers naar bijna alle delen van het lichaam.

 

 

AFB_zenuwstelsel.jpg

Illustratie: zenuwcellen

 

 

Zenuwcellen besturen het lichaam als volgt:

  1. Sensorisch: ze meten lichaamswarmte, geluiden, aanraking, een teveel aan bepaalde stoffen in het bloed, enz. Dit gebeurt door middel van receptoren en sensorische zenuwen (gevoelszenuwen).
  2. Verwerking: ze verwerken deze informatie in de hersenen en het ruggenmerg.
  3. Motorisch: ze sturen een signaal (reactie) door via motorische zenuwen naar een spier, een klier of een orgaan.

Bijvoorbeeld:

  1. Men komt aan een warme kookplaat en trekt onmiddellijk de hand terug.
  2. Men hoort een geluid en als reactie draait men het hoofd naar de geluidsbron.
  3. Men prikt zich aan een scherp object, en als reactie trekt men de hand terug.
  4. Het lichaam registreert een te hoge temperatuur en men begint te zweten.
  5. Het lichaam registreert koude en de haartjes op de armen komen recht te staan.

 

AFB_synaps.jpg

Illustratie: synaps (de plaats waar twee zenuwcellen informatie doorgeven aan elkaar) 

 

 

 

Motorische zenuwen

Er zijn twee soorten “uitvoerende” of motorische zenuwen:
  1. Autonome motorische zenuwen gaan  van de hersenen of het ruggenmerg naar een orgaan of een klier. Voorbeelden van autonome zenuwfuncties zijn: de darmtransit regelen, de hoeveelheid van traanvocht en speeksel regelen,  zuurproductie in de maag opstarten.                                                                                                           
  2. Motorische zenuwen gaan van de hersenen/ruggenmerg naar een spier en regelen de spanning ervan. In het bewegingsstelsel vinden we motorische zenuwen naar alle spieren. Zij laten vrijwillige beweging toe, bijvoorbeeld de arm buigen of een stap zetten.

 

Soms komt het signaal (actiepotentiaal) naar de spier vanuit het ruggenmerg zelf, zoals bij de pijnreflex: men heeft het been of de arm al automatisch weggetrokken alvorens men de pijn bewust voelt.  Zenuwen naar spieren zijn eigenlijk altijd actief. Ze sturen constant signalen die de rustspanning bepalen. Ook wanneer men neerligt bij het slapen is de rustspanning aanwezig. Zonder deze rustspanning zouden we bijvoorbeeld niet rechtop kunnen staan of zitten. Dit mechanisme is tevens belangrijk voor het behoud van ons evenwicht. 

 

 

 

Sensorische zenuwen

 

Aan de uiteinden van sensorische zenuwen bevinden zich receptoren (ontvangers).

Receptoren zijn gespecialiseerde orgaantjes die prikkels (bv. warmte, druk, enz.) omzetten in een elektrisch signaal(actiepotentiaal).  Elke receptor is gekoppeld aan een sensorische zenuw.

 

 

In het menselijk lichaam zijn er vele verschillende soorten receptoren gekoppeld aan de gevoelszenuwen:

 

  • De receptoren in het oog, staafjes en kegeltjes, zetten elektrische prikkels om in prikkels op de oogzenuw. Als deze signalen de occipitale hersenkwab (groene structuur op foto ) binnenkomen kunnen we zien. Dit proces verloopt bliksemsnel. 
  • De receptoren in het middenoor achter het trommelvlies zetten geluid om in elektrische signalen op de gehoorszenuw. Signalen komende van de gehoorszenuw komen toe in een ander deel van de hersenen, de temporale kwab (gele structuur op de illustratie).
    AFB_schedelmethersenen003.jpg
    Illustratie: schedel met hersenen (gele hersenkwab = temporale kwab)
  • De receptoren in de neus zetten geur om in elektrische signalen op de geurzenuw.
  • Aan de oppervlakte van de tong bevinden zich de smaakpapillen die voedingsstoffen herkennen en “smaakzenuwen” prikkelen.
  • In de huid liggen receptoren die druk of een streling omzetten in signalen op gevoelszenuwen.
  • Thermoreceptoren zetten warmte/koude om in elektrische signalen op gevoelszenuwen.
  • In de bloedvaten liggen chemoreceptoren die geprikkeld worden door verhoogde CO2 concentraties. Dit regelt de snelheid en diepte van de ademhaling.
  • Bewegingsreceptoren in het middenoor zetten een versnelling / vertraging / draaiende beweging van het lichaam om in signalen naar de kleine hersenen. Dit helpt mee in het behoud van evenwicht.
  • In spieren, pezen en gewrichten vindt men receptoren die gevoelig zijn voor beweging en spanning. Deze zenden signalen naar de hersenen. Zo besturen de hersenen de spieren op een vlotte manier. Zonder deze informatie kunnen onze hersencellen niet goed weten waar onze vingers, handen, armen, benen of ruggengraat zich bevinden en zal het bewegen hiervan bijzonder moeilijk en gebrekkig gebeuren. Bijvoorbeeld: een slapend been is moeilijk om op te stappen.
  • Tenslotte vindt men een beetje overal in het lichaam nociceptoren. Dit zijn receptoren die schade aan weefsels detecteren. Deze receptoren veroorzaken een afvuren van signalen op zenuwen in de richting van de hersenen, waardoor we pijn zullen voelen.

 

 

Hoe meer prikkels (signalen) een receptor meet, hoe meer signalen de zenuw zal sturen naar de hersenen en hoe sterker men een bepaald “gevoel” (geur, smaak, pijn, geluid…) zal gewaarworden.

 

De receptoren meten dus al deze prikkels en zenden ze via de gevoelszenuwen naar de hersenen. In de hersenen worden deze gewaarwordingen geregistreerd en wordt een reactie gevormd op de prikkels. Bij geuren van lekker eten gaan de hersenen de speekselklieren harder laten werken. Bij het zien van een bewegend voorwerp gaan de hersenen de oogspieren activeren om het te volgen. De reactie van de hersenen naar de klieren of spieren gebeurt via motorische zenuwen.

 

 

 

Stoornissen aan motorische en sensorische zenuwen

 

 

Stoornissen aan zenuwen kunnen structureel of functioneel zijn. Beide worden hieronder verder besproken. 

 

A. Structurele zenuwstoornissen

 

De uitlopers van motorische en sensorische zenuwen bundelen zich in nieuwe dikkere zenuwen. Ze volgen een gemeenschappelijk traject door het lichaam. Het draadwerk van zenuwen is bij de meeste mensen gelijkaardig gestructureerd.

 

 

 

Sommige zenuwen liggen vrij oppervlakkig. Aan de achterzijde van de elleboog bijvoorbeeld, kan je, als je hiermee de hoek van een tafel raakt een elektrische schok voelen tot in de pink.

 

Als een zenuw doorgesneden wordt, kan hij geen signalen meer versturen. Indien een  motorische zenuw wordt doorgesneden, treedt er verlamming op. Bij het doorsnijden van een sensorische zenuw verliezen we ergens gevoel.

 

Als een gevoelszenuw (sensorische zenuw) bedrukt of beklemd wordt zal hij in een eerste fase meer signalen beginnen sturen: we voelen naaldenprikken of tintelingen (paresthesieën). Als de beklemming aanhoudt, zal de zenuw “uitvallen“ en voelen we niets meer in een bepaald lichaamsdeel.

 

Motorische zenuwen die afgeklemd worden veroorzaken in het begin een vermoeid gevoel en later een lam gevoel. De arm of het been wil niet meer mee, men mankt, men laat gemakkelijk iets vallen, men heeft moeite om iets te heffen, de arm of het been lijkt 100 kg te wegen. Motorische zenuwen die geen of amper signalen doorsturen geven een verlamming. Bij onbehandelde verlammingsverschijnselen krijgt men een progressief erger wordend spierverlies (atrofie). Bijvoorbeeld het wegkwijnen van de kuitspier.

 

Zenuwen zijn zeer gevoelig voor beklemming.

 

Factoren die zenuwbedrukking veroorzaken zijn ondermeer:

 

1. discushernia
2. te hard aangespannen gipsverband
3. gezwellen
4. te hard opgespannen spier(en).

 

Als er een vermoeden is dat een zenuw ergens bedrukt wordt, is het de taak van de chiropractor om de plaats van de beklemming te lokaliseren en indien mogelijk deze factor te verwijderen of door te verwijzen naar de neuroloog. Na het wegnemen van de beklemming kan het zijn dat de zenuw nog steeds op een andere manier signalen stuurt. Als een gevoelszenuw minder goed functioneert,  kan er een blijvend “verdoofd” gevoel aanwezig zijn. Dikwijls wordt ook de term “voos” vernoemd.

 

 

B. Functionele zenuwstoornissen 

 

 

Onze zenuwen kunnen behalve door beklemming (structurele zenuwstoornissen) nog door andere factoren ontregeld worden. Dit wordt dan een functionele zenuwstoornis genoemd.

 

Oorzaken van functionele zenuwontregeling zijn ondermeer :

 

-       Stoornissen in de bloedtoevoer naar de zenuw
-       Metabolische stoornissen (stofwisseling)
-       Beïnvloeding door scheikundige stoffen (alcohol, drugs, medicatie).
-     Hormonen (vb. tijdens zwangerschap)
-       Virussen en bacteriën
-       Verdoving
-       Impact op het lichaam (vb. val, schok, klap, whiplash)
-    Afkoeling van een deel van het lichaam  (vb met de ruit open rijden, in en uit koelcellen gaan)
-    Trillingen ( drilboren )

 

Zowel motorische, sensorische als autonome zenuwen zijn onderhevig aan zenuwontregelingen. Dit wordt hieronder verder besproken.

 

 

 

1. Motorisch functionele zenuwstoornissen

 

 

Als zenuwen te veel signalen sturen naar een spier, zal deze in een hoger dan normale spanning verkeren. Dit zal aangevoeld worden als een stramheid of stijfheid. Als dit tijdens de nacht in de nek of onderrug optreedt, zal men ‘s morgens opstaan met een houterig gevoel en de indruk hebben dat men slecht gelegen heeft. Als dit fenomeen aanhoudt, zal men geneigd zijn een nieuwe matras of hoofdkussen aan te schaffen (meestal met weinig resultaat).

 

Stramme, stijve spieren veroorzaken een verlies in de beweeglijkheid van een gewricht, waardoor een versnelde slijtage (artrose) van de gewrichten ontstaat met eventueel ontstekingsreacties.

 

Het klachtenpatroon is meestal als volgt vb. in de nekstreek:

 

Men ontwaakt met een stijve nek. Men kan moeilijk zijn hoofd naar links of naar rechts draaien. In de loop van de ochtend kan deze stijfheid in een bepaalde mate verbeteren. Gedurende de dag krijgt men een eerder vermoeid gevoel en zal men moeten rusten. Rust vermindert de vermoeidheid maar bij terug rechtkomen voelt de persoon opnieuw een bepaalde mate van stijfheid. Bij het autorijden is achteromkijken moeilijk. Bruuske bewegingen kunnen een kortstondige hevige pijnscheut geven. Wanneer schade aan de gewrichten of pezen ontstaat zal behalve de stijfheid ook een gedurige pijn ontstaan (die onderdrukt kan worden door ontstekingremmers in te nemen). Als de ontsteking verdwenen is (dit kan 2 à 6 weken duren), blijft de patiënt de originele klachten van stijfheid behouden tot de volgende ontsteking weer optreedt.

 

De hevigheid en de snelheid waarmee de klachten optreden, is afhankelijk van de graad van ontregeling van het zenuwstelsel.

 

Zo kan bijvoorbeeld iemand anders van het ene moment op het andere een volledig geblokkeerde rug of nek krijgen waarbij geen enkele beweging nog pijnvrij verloopt. Dergelijke pijnklachten komen frequent voor na een simpel manoeuvre (bak opheffen, iets oprapen).  Men denkt een verkeerde beweging te hebben gedaan. Doch niets is minder waar. De onderliggende zenuwontregeling is verantwoordelijk voor het niet correct functioneren van de spieren op het moment dat men het manoeuvre uitvoert.

 

 

Als zenuwen te weinig signalen doorsturen naar de spieren, ontstaat een gevoel van zwakheid.  Dit kan kortstondig zijn of met tussenpozen, bijvoorbeeld: “door het been zakken”. Dergelijke stoornissen naar de rugspieren resulteren in het onvermogen om zich te draaien in bed, moeite met iets op te heffen. Het risico is reëel om schade op te lopen aan gewrichten, pezen, discussen, kruisbanden, enz. Een hernia kan het gevolg zijn van dergelijk mechanisme.

 

 

 


2. Sensorisch functionele zenuwstoornissen

 

 

Er zijn twee belangrijke sensorisch functionele zenuwstoornissen: paresthesieën en neuralgieën.

 

A. Paresthesieën

 

Als een gevoelszenuw ontregeld geraakt en teveel signalen stuurt kan dit aanleiding geven tot een resem bizarre gevoelens

 

  • duizend naaldenprikken 
  • zinderingen
  • tintelingen
  • nijpend, afgeklemd gevoel
  • dikke breinaalden die door het vel gestoken worden
  • het gevoel geneteld te zijn
  • een warm verschroeid gevoel
  • het gevoel alsof koud water over een lidmaat loopt
  • een brandend gevoel
  • een ijskoud gevoel alhoewel het lidmaat niet koud aanvoelt
  • overgevoeligheid (bv. bij aanraking)
  • mieren die over de benen/armen kruipen

 

Als een gevoelszenuw te weinig signalen stuurt krijgen we voosheid of een verminderd gevoel in een bepaald lichaamsdeel. 

 

Al deze klachten noemen we paresthesieën.

 

Mensen met paresthesieën hebben vaak moeilijkheden om deze symptomen te verwoorden. Ze zijn bang ongeloofwaardig te klinken. Nochtans komen paresthesieën bijzonder veel voor. Paresthesieën kunnen heel hinderlijk zijn wanneer ze optreden in de vingertoppen. Het wordt namelijk moeilijk om fijne handelingen te doen: een knoop dichtmaken, naaiwerk, schrijven, etc.

 

Paresthesieën kunnen optreden na een chirurgische ingreep. Bijvoorbeeld: het verlies van gevoel in de borst- en tepelstreek na reconstructie (nipple numbness).

 

Een ander voorbeeld is het veel voorkomende gevoel van rusteloze benen (Restless Legs Syndrome). Na een periode van rust of neerliggen krijgt men een bijzonder vervelend gevoel in de benen en komt de onweerstaandbare drang om te bewegen. Zelfs het gevoel van lakens of bedspreien kunnen een vervelend gevoel geven op de benen.

 

Pruritus of jeuk kan veroorzaakt worden door dergelijke zenuwstoornissen.  In tegenstelling tot eczeem en huidaandoeningen worden dan geen rode plekken gezien. Brachioradiale pruritus is een typische jeuk die voorkomt op de bovenarmen.

 

 

 

 

 

B. Neuralgieën

 

Neuralgieën zijn typische zenuwpijnen. Het soort zenuwen die het gemakkelijkst ontregeld geraken zijn deze die verantwoordelijk zijn voor "pijn". Zenuwpijnen of neuralgieën kan men overal in het lichaam ontwikkelen. Deze pijnen kunnen bijzonder hevig zijn. Ze worden vaak beschreven als messteken, het gevoel verbrand te zijn en andere vormen van heel intense onuitstaanbare pijn.

 

Voorbeelden:

  1. Trigeminus neuralgie (zenuwpijn in het aangezicht)

  2. Meralgia paresthetica (zenuwpijn in het bovenbeen)

  3. Cheiralgia paresthetica (zenuwpijn in de hand)
  4. Occipitale neuralgie (Arnold's neuralgia) (zenuwpijn van het achterhoofd)

 

 

 

3. Autonome functionele zenuwstoornissen

 

 

Autonome zenuwen besturen de lens van het oog, de traanklieren, speekselklieren, maagklieren, de werking van de bijnieren, de transit van voedsel door de darmen, de slijmvliezen in de neus, de zweetklieren van het lichaam, de haartjes op het lichaam en vele andere dingen.

 

Stoornissen van autonome zenuwen kunnen de volgende klachten met zich meebrengen:

 

  • wazig zicht/traag kunnen focussen
  • tranende ogen
  • droge ogen
  • maagzuur
  • opgeblazen gevoel
  • constipatie
  • diarree
  • hartkloppingen
  • droge mond
  • stress
  • loopneus
  • neurovasculaire stoornissen