Meer info over uw klachten ?
Zoek via trefwoord.
 
 
 


 


ADHD (Hyperkinetische kinderen)



 

ADHD - Attention Deficit Hyperactivity Disorder 

 

 

ADHD heeft de laatste jaren grote aandacht genoten in de media en wetenschappelijke literatuur. Een groot aantal kinderen wordt gediagnosticeerd met ADHD. Alarmerend is het toenemend aantal kinderen dat medicatie krijgt voor de behandeling hiervan.Tussen 2004 en 2007 is dit aantal gestegen met 74%.

 

Studies uitgevoerd in de jaren '60 - '70 toonden aan dat 5 tot 10% van schoolgaande kinderen karakteristieken hadden van hyperactiviteit. In de jaren tachtig kreeg de hyperactiviteit de naam van ADHD. Toen vertoonden 4 tot 12% van de kinderen tussen 6 en 12 ADHD-karakteristieken. Een recentere studie vond dat 7 tot 16% van 19-jarigen zouden bestempeld worden met ADHD.

 

Doorheen de tijd zijn de criteria voor het diagnosticeren van ADHD verfijnd en veranderd. Deze moeten eerder beschouwd worden als een soort van leidraad; er moet vooral rekening gehouden worden met de dag-tot-dag variaties die kunnen optreden bij kinderen of tieners die tekenen van ADHD vertonen. Geen enkele dag is immers dezelfde!

 

Spanningen in het gezin of op school (bv. pesterijen) zijn factoren die aanleiding geven tot concentratieproblemen. Bij een  aantal kinderen kan een overmaat aan suiker (bepaalde frisdranken, snoepgoed), junk food (voedselallergieën), TV en een gebrek aan beweging leiden tot vormen van hyperactiviteit en concentratieproblemen. Maar dit is niet  hetzelfde als ADHD.

 

De "correcte" diagnose gebeurt aan de hand van een cluster van gedragingen  en dus niet één enkele of een paar gedragingen. De diagnostische criteria worden hieronder weergegeven.

 

 

A. Aandacht- of concentratiestoornissen

  1. Faalt om aandacht te hebben voor details of maakt zorgeloos fouten in schoolwerken, werk of andere activiteiten.
  2. Moeilijkheden met het aanhouden van de aandacht in taken of speelactiviteiten.
  3. Lijkt niet te luisteren wanneer aangesproken.
  4. Volgt vaak instructies niet op.
  5. Moeilijkheden bij het organiseren van taken en activiteiten.
  6. Vermijdt deelname in taken die langdurige mentale inspanning vergen (bv. schoolwerk).
  7. Verliest vaak dingen die nodig zijn om taken of activiteiten uit te voeren (bv. potlood, boeken, enz).
  8. Snel afgeleid door omgeving.
  9. Vergeetachtig in dagelijkse activiteiten.

     

 

B. Hyperactiviteit

 

  1. Prutsen met handen of voeten, niet stil kunnen zitten.
  2. Verlaten van de stoel of de klas of andere plaatsen waar het noodzakelijk is te blijven zitten.

    AFB_ADHD_kid_margaux_drawing.jpg

  3. Overmatig rondlopen of klimmen wanneer het niet gepast is.
  4. Moeilijkheden om in rust en stilte deel te nemen aan spelen of vrijetijdsbestedingen.
  5. Precies ‘gedreven door een motor'.
  6. Overmatig praten. 

 

 

 C. Impulsiviteit

  1. Antwoorden vooraleer de vraag volledig gesteld is.
  2. Moeite met beurt af te wachten.
  3. Onderbreken van anderen (bv. in gesprek of spel).


Illustratie
: Hyperactiviteit - Margaux Mercier - 2008


Behandeling

 

Alhoewel er een aantal medische benaderingen zijn in de behandeling van ADHD ( gedrags-modificatie, alternatieve therapieën), is Rilatine (methylfenidaat) het universeel voorgeschreven medicament voor de behandeling van ADHD. Rilatine is een vorm van medicatie die het centraal zenuwstelsel stimuleert en daardoor tekenen van inattentie, hyperactiviteit en impulsiviteit verandert. De effecten van Rilatine zijn gelijkaardig aan deze van amfetaminen en cocaïne. Rilatine kan bij echte ADHD goede resultaten teweegbrengen, zoals een verbeterde concentratie in de klas. Bij anderen zal Rilatine neveneffecten geven.

 

Neveneffecten en tekenen van Rilatine-overdosis zijn: geërgerd zijn, verward zijn, convulsies of epilepsie-aanvallen, psychotische reacties, compulsief gedrag, medicamenteuze afhankelijkheid, droge mond, vals gevoel van zich goed voelen, hartkloppingen, koorts, hoofdpijn, verhoogde bloeddruk, overmatig zweten, vergrote pupillen, spiertrekkingen, beven, overgeven, slapeloosheid, emotionele instabiliteit, hallucinaties en anorexie.  

 

Gedragstherapie heeft vaak goede resultaten bij kinderen met ADHD. Ook voeding blijkt, volgens een aantal onderzoeken, een belangrijk effect te hebben op hyperactiviteit.  Voedselintoleranties alsook een tekort aan voedingsstoffen zoals mineralen, vitamine B complex, flavonoïden, omega 3 en 6 essentiële vetzuren en een blootstelling aan neurotoxische stoffen zoals zware metalen kunnen een onderdeel vormen van de problematiek bij ADHD. Additieven (toegevoegde stoffen in de voeding) en kleurstoffen kunnen aanleiding geven tot hyperactief gedrag.

Chiropraxie

De combinatie van chiropraxie met gedragstherapie en voedingsadvies kan vaak meer soelaas bieden voor de ADHD’er dan één enkele alleenstaande behandeling. Zo kan zijn of haar kwaliteit van leven nu en naar de toekomst toe verbeteren. ADHD is een aandoening ten gevolge van een storing in het centraal zenuwstelsel. De chiropractische behandeling richt zich op het herstellen (normaliseren) van de werking van het zenuwstelsel. Studies bevestigen positieve resultaten van chiropraxie als een niet-medicamenteuze interventie bij kinderen met hyperactiviteit. In de praktijk worden goede resultaten bereikt bij deze kinderen.

 

Lees ADHD en chiropraxie in het tijdschrift 'Goed Gevoel'

 

Zie ook Health

 

(25-01-2011) De morgen - Medicatiegebruik voor ADHD in vijf jaar verdubbeld

 

(05-02-2011) nieuwsblad - Dieet verlost kinderen van ADHD

 

 

Referenties:

 

 

1. S.C.Cuthbert. Developmental Delay Syndromes: Psychometric Testing Before and After Chiropractic Treatment of 157 Children. J Manipulative Physiol Ther 2009;32(8):660-669.

2. Miller J, Benfield K. Adverse effects of spinal manipulative therapy in children younger than 3 years: a retrospective study in a chiropractic teaching clinic. J Manipulative Physiol Ther 2008;31:419-23.

 

3. Harding KL, Judah RD, Gant C. Outcome-based comparison of ritalin versus food-supplement treated children with ADHD. Alternative Medicine Review 2003;8(3):319-330.

4. McCann D, Baret A, Cooper A, Crumpler D, Dalen L, Grimshaw K, Kitchen E, Lok K, Porteous L, Prince E. Food additives and hyperactive behaviour in 3-year-old and 8/9-year-old children in the community: a randomised, double-blinded, placebo-controlled trial. The lancet 2007;370(9598):1560-156.

5.Boris M, Mandel FS. Foods and additives are common causes of the attention deficit hyperactivity disorder in children. Ann Allergy 1994;72(5):462-468.

6. Rowe KS, Rowe KJ. Synthetic food coloring and behaviour: a dose response effect in a double-blind, placebo-controlled, repeated-measures study. J Pediatr 1994;125:691-698.

7. Parris MK. Attention deficit/hyperactivity disorder (ADHD) in children: rationale for its integrative management. Alternative Medicine Review 200;5(5):402-428.

8. Giesen JM, Center DB, Leach RA. An evaluation of chiropractic manipulation as treatment of hyperactivity in children. J Manipulative Physiol Ther 1989;12(5):353-363.

9. Barnes T. A multi-faceted chiropractic approach to attention deficit hyperactivity disorder: a case report. ICA Interant Rev Chiro 1995 (Jan):41-43.

10. Bastecki AV, Harrison DE, Haas JW. Cervical kyphosis is a possible link to attention deficit/hyperactivity disorder. J Manipulative Physiol Ther 2004;27(8):e14.